Nieuws

Vroegbloeiers: van Krokus tot Krentenboom

13-04-2018

Als je denkt dat het voorjaar pas begint zodra de blaadjes aan de bomen verschijnen, heb je de eerste helft al gemist. Daarom een speciaal verhaal over vroegbloeiers. Want dat zijn er echt wel wat meer dan de bekende krokussen en sneeuwklokjes.

Sneeuwklokjes

Buiten lijkt het allemaal nog zo doods en kleurloos, zo aan het einde van de winter. Maar ondertussen groeit en bloeit er al van alles. Hoe guur het buiten ook mag zijn. Niets houdt de ware vroegbloeiers tegen.

Iedereen kent natuurlijk het sneeuwklokje dat vaak in de eerste week van januari zijn kopje alweer boven het maaiveld steekt.

Bolgewassen

Het is best nog een prestatie voor zo'n klein plantje om - door een laag koude grond en vervolgens nog een pakket halfverteerde herfstbladeren heen - te herrijzen. Waar halen ze de kracht vandaan?  Welnu, daat zit een uitgekiende strategie achter, die alle bolgewassen delen. Dus ook de hyacinth, de tulp, de narcis en de krokus. Ze zijn alle in staat om op basis van de in de bol opgeslagen voedingsstoffen een speervormige uitloper te vormen die zich dwars door alles heen, zijn weg omhoog priemt.

Eigen kracht

Helemaal op eigen kracht, alhoewel... er moet wel voldoende licht zijn. Dus pas wanneer de dagen lengen, komen de bloembollen op. Ze moeten als het ware opschieten, want wanneer de bomen in blad komen, valt er niet genoeg licht meer op de bodem. De bloemen, bijen en hommels moeten hun werk dan al gedaan hebben.

Stinsen

Veel bolgewassen komen oorspronkelijk uit koude bergstreken, waar het bloeiseizoen maar kort duurt. In Nederland zijn ze ingevoerd als sierplanten die extra kleur geven aan de lente. Daarom staan ze vooral bekend als stinsenplanten. Een stins is het Friese woord voor een stenen huis. In Friesland in het specifiek bij stinsen voorkomen van bepaalde plantensoorten namelijk voor het eerst beschreven. Later zijn veel stinsenplanten ook verwilderd, zoals het Sneeuwklokje, de Wilde Hyacint en de Sterhyacint.

Sterhyacint

Toch zijn er ook natuurlijke, inheemse bolgewassen, zoals het Daslook en het Lelietje-van-Dalen die beide in het Gooi te vinden zijn. Ze bloeien wit en vallen veel minder op dan de bekende stinsenplanten.

Kruipers

Een heel andere strategie om als vroegbloeier door de strooisellaag heen te dringen is "kruipen". Je groeit gewoon met een omwegje om elke barrière heen, totdat je eindelijk het zonlicht kan kussen. Dat is zoals  Holwortel en Vingerhelmbloem het aanpakken. Het zijn weinig bekende plantjes (die overigens sprekend op elkaar lijken), maar als je hun fijne blaadjes en lange oud-roze buisvormige bloemen eenmaal goed hebt bekeken, vergeet je ze niet snel meer. Ze groeien nu volop langs bermen en bosranden. Ze staan vaak naast het veel bekendere gele bloempje van het Speenkruid dat eveneens een kruipende groeiwijze heeft.

Holwortel


Speenkruid

Gaspeldoorn

Toch zijn al deze vroegbloeiers laat vergeleken bij de Gaspeldoorn. Deze Brem-achtige doornstruik opent vol overtuiging zijn eerste goudgele bloemen soms al met kerst. Gaspeldoorns bloeien door tot ver in het voorjaar. Ze komen in Nederland slechts plaatselijk voor op de hogere zandgronden. In het Gooi kun je vele exemplaren bewonderen bij de Natuurbrug Zanderij Crailoo.

Gaspeldoorn

Krentenboompjes

De voorlopige climax van de voorjaarsbloeiers is valt in de derde week van april, wanneer de Krentenboompjes in bloesem staan. Op alle heidevelden vormen die roomwitte kruinen een ware attractie. Spectaculaire formaties van vele Krentenbomen zie je halverwege het fietspad langs het Laarder Wasmeer en natuurlijk op de Witte Bergen.

Het is echter van korte duur, na een week vallen de bloemblaadjes al uit en is het weer voorbij. Pas in juni worden deze boompjes weer interessant, maar nu als voedselbron voor vogels, zoals merels en houtduiven. Die doen zich tegoed aan de vruchtjes die, vanwege een intern gistingsproces, soms wat alcohol bevatten, hetgeen soms resulteert in zichtbaar slome, buitelende vogels.

Krentenboompjes