Foto: Tjitske Sluis.
Het Goois Natuurreservaat is opgericht met een belangrijke opdracht: de natuur beschermen en veiligstellen voor de toekomst. Voor ons als natuurorganisatie is grondaankoop daarbij essentieel. Door grond aan te kopen, kunnen we natuurgebieden beschermen, uitbreiden, met elkaar verbinden en verder ontwikkelen.
Andere tijden
Al vanaf de oprichting kocht het Goois Natuurreservaat gronden aan om de natuur veilig te stellen en te voorkomen dat waardevolle gebieden door bouwplannen verloren zouden gaan. Een bekend voorbeeld is het plan uit 1926 om midden op de Bussummer- en Westerheide een tuinstad te bouwen. Dit plan, bedacht door de Amsterdamse wethouder de Miranda, zou het hart van de Gooise heide hebben doen verdwijnen. Het leidde tot het besef dat de natuur beter beschermd moest worden. Daarom werd in 1932 de Stichting Goois Natuurreservaat opgericht en het natuurgebied is inmiddels bijna 1400 hectare gegroeid.
Harde grens
Dat het Goois Natuurreservaat ondanks verstedelijking is gegroeid, is natuurlijk fantastisch. Tegelijkertijd is er in in bijna honderd jaar veel veranderd in het Gooi. Het aantal inwoners was veel kleiner, en de dorpen dus ook. Akkers en weilanden lagen rondom de dorpen en zorgden voor een geleidelijke overgang van bebouwing naar natuur. De dorpen zijn gegroeid en gelukkig ook het aantal natuurgebieden. Maar het ‘overgangsgebied’ tussen dorp en natuur is op veel plekken verdwenen en hebben we te maken met een harde grens tussen natuur en bebouwing.
Lange adem
In de eerste decennia na de oprichting vonden er grote grondaankopen plaats. Mooie voorbeelden zijn het Bikbergerbos, ongeveer 103 ha groot, dat op 28 april 1933 werd aangekocht, en het Spanderswoud van 200 hectare, dat in 1989 aan het reservaat werd toegevoegd.
Maar ook kleine aankopen maken verschil. Ze zijn waardevol omdat ze bestaande, vaak kleine natuurgebieden kunnen vergroten. Een groter leefgebied versterkt de diversiteit aan planten en dieren. Soms is zo’n perceel nét het ontbrekende puzzelstuk dat twee natuurgebieden met elkaar verbindt. Zo wordt de samenhang tussen gebieden versterkt.
Grondverwerving is vaak een kwestie van lange adem en meestal zijn er meerdere partijen geïnteresseerd in dezelfde grond. Daarom is het belangrijk dat we onze buren goed kennen en met elkaar in contact blijven.
Ambitie
Het GNR zet zich actief in om natuurgrond te verwerven. Daarom gaan we met grondeigenaren in gesprek om mogelijkheden voor aankoop of ruiling te verkennen. Ook zoeken we voortdurend naar het geld dat nodig is om aankopen te doen wanneer zich kansen voordoen.
Door deze aanpak groeit het GNR ondanks de veranderende wereld. Daarmee komt de ambitie van directeur-rentmeester Carla Kersbergen steeds dichterbij het Goois Natuurreservaat te laten groeien tot ruim 3.000 hectare.
Samen werken aan sterkere natuur
Ondanks de toenemende verstedelijking lukt het ons om nog steeds hectares veilig te stellen voor de natuur. Zo hebben we in de eerste helft van 2026 een aantal percelen kunnen ruilen met de gemeenten Laren en Blaricum. Bij deze ruiling heeft het GNR gronden die in gebruik zijn als weg, geruild voor natuurgronden van beide gemeenten. Zo heeft het GNR onder andere de Le Coultredreef, delen van de Boissevainweg en enkele wegbermen afgestoten in ruil voor natuur.
Het beleid van het GNR is dat gronden nooit mogen worden overgedragen voor andere functies dan natuur, tenzij aantoonbaar is dat een ruiling de situatie voor de natuur verbetert. In deze ruiling zit de meerwaarde in de overdracht van kleine snippers natuur aan het GNR.
We zijn dan ook enorm blij dat we samen met de gemeenten de natuur in het Gooi kunnen versterken.
