Foto: Tjitske Sluis.
Wie door de Gooise bossen wandelt, ziet misschien vooral bomen. Maar een gezond bos is veel meer dan dat. Oude en jonge bomen, open plekken, struiken, dood hout, insecten, vogels en schimmels vormen samen een levend ecosysteem. Het Goois Natuurreservaat geeft natuurlijke processen daarom zoveel mogelijk de ruimte. Zo werken we stap voor stap aan gevarieerde en toekomstbestendige bossen.
Jonge bossen met een lange geschiedenis
Meer dan de helft van het Goois Natuurreservaat bestaat uit bos. Toch zijn de meeste Gooise bossen relatief jong. Rond 1850 was er in het Gooi zelfs bijna geen bos meer. Grote delen bestonden uit heide en stuifzand. Vanaf het midden van de negentiende eeuw werden opnieuw bossen aangeplant. Vaak stonden bomen van dezelfde soort en leeftijd bij elkaar. Zulke bossen noemen we monoculturen. Tegenwoordig ligt de nadruk niet meer op houtproductie, maar op natuur, biodiversiteit en natuurbeleving.
Een natuurlijk bos heeft tijd nodig
Een gevarieerd bos ontstaat niet van vandaag op morgen. Bossen ontwikkelen zich over tientallen en zelfs honderden jaren. Pioniers zoals berk en grove den komen vaak als eerste. Later volgen andere boom- en struiksoorten. Ondertussen verandert ook de bosbodem en komen er steeds meer schimmels, insecten, vogels en typische bosplanten.
Oude en dode bomen zijn daarbij heel belangrijk. Ze bieden voedsel en schuilplaatsen aan heel veel soorten. Daarom laten we dood hout in het bos zoveel mogelijk liggen. Wat er misschien wat rommelig uitziet, is voor de natuur juist waardevol.
Soms niets doen, soms juist ingrijpen
Op 923 hectare van onze bossen voeren we natuurgericht beheer. Daar grijpen we zo weinig mogelijk in en krijgen natuurlijke processen de ruimte. Als de veiligheid langs wegen en paden daarom vraagt, snoeien of verwijderen we bomen.
Andere bossen bestaan nog grotendeels uit één boomsoort of uit soorten die hier van nature hier niet voorkomen. Deze bossen vormen we geleidelijk om, tot gevarieerde bossen met verschillende boomsoorten en leeftijden. We halen bijvoorbeeld gericht bomen weg, sparen daarbij de loofbomen en maken kleine open plekken in het bos. Zo krijgen jonge bomen en struiken meer ruimte en ontstaat een natuurlijker bos.
Sterker voor de toekomst
Ook klimaatverandering stelt het bos voor uitdagingen. De langdurige droogte van deze zomer en de lange zeer natte winter van 2023 maken bossen kwetsbaar. Daarom stimuleren we natuurlijke verjonging en zorgen we voor meer variatie. Een gemengd bos is beter bestand tegen droogte, ziekten en plagen. Dat is niet alleen belangrijk voor planten en dieren. Bossen houden water vast, slaan koolstof op, zorgen voor verkoeling en bieden mensen rust en ruimte. Zo werken we aan bossen waar ook toekomstige generaties van kunnen blijven genieten.
Kapwerkzaamheden
Dit najaar en deze winter voeren we kapwerkzaamheden uit in de natuurgebieden De Zuid, Zwarte Berg op Landgoed Monnikenberg, bij natuurbrug Laarderhoogt en achter de Tafelberg. Op deze plekken maken we meer ruimte in het bos. Zo ontstaat ruimte voor jonge bomen en struiken en vergroten we de variatie in boomsoorten en leeftijden. Er blijft ook hout in het bos liggen, omdat het waardevolle schuilplaatsen biedt en een belangrijke voedselbron vormt voor dieren zoals spechten
Hoor jij de zwarte specht?
Deze schuwe vogel laat zich niet gemakkelijk zien, maar zijn harde roep en indrukwekkende roffel verraden vaak dat hij in de buurt is. De zwarte specht is de grootste specht van Nederland. Hij is bijna helemaal zwart en herkenbaar aan de opvallende rode veren op zijn kop. Hij voelt zich thuis in grote, rustige bossen met oude loofbomen en naaldbomen. Vooral oude bomen zijn belangrijk. Daar hakt de zwarte specht ieder jaar een nieuw hol uit om in te broeden. Ook voor zijn voedsel is de zwarte specht afhankelijk van het bos. Hij zoekt naar mieren en andere insecten in bomen en dood hout.