Organisatie

Erfgooiers

Erfgooierskwartier, erfgooiersstraat, het standbeeld De Erfgooier voor de C&A in Hilversum en een Erfgooiers-fietsroute door de streek. Overal in het Gooi kom je verwijzingen tegen naar erfgooiers, Gooise boeren en veehouders. Zij hadden collectief gebruiksrechten op gemeenschappelijke gronden: weilanden of ‘meenten’, heiden, bossen, venen, moerassen en jachtvelden.

Ben jij een erfgooier?

Iedereen kent ze wel, de typische erfgooierskoppen, geschilderd door onder anderen Ferdinand Hart Nibbrig (1866-1915), Co Breman (1865-1938) en Toon de Jong (1879-1978).
De erfgooiers van toen kennen we dus al goed van geschilderde portretten en oude fotografie. Het Goois Natuurreservaat, Singer Laren en de Stad en Lande Stichting zijn daarom op zoek naar erfgooiers van nu en hun nazaten. Het is de hoogste tijd om deze ogenschijnlijk verdwenen identiteit vast te leggen, dit keer vooral in portretten van de erfgooiers zelf. Want het erfgooierschap leeft nog steeds, erfgooiers voelen zich op de een of andere manier verwant aan elkaar en aan de streek. Bovendien zijn hun geschiedenis en invloed merkbaar en zichtbaar in het Gooi. Niet alleen in bewegwijzering of straatnamen, maar ook in naamgeving van gebouwen en veel belangrijker: de grote heidevelden en bossen zijn dankzij de erfgooiers bewaard gebleven.

Geschiedenis van de Erfgooier

De erfgooiers organiseerden zich begin veertiende eeuw in twee agrarische belangenorganisaties: de ene gericht op de zuiver agrarische gemene gronden als weilanden en heidevelden, de andere organisatie gericht op het bos. Vertegenwoordigers van de stad Naarden en de dorpen Blaricum, Bussum, Huizen, Hilversum en Laren zaten vergaderingen voor en stelden reglementen op waarin werd bepaald door wie en op welke wijze de gemene gronden gebruikt mochten worden. Doorslaggevend waren land- en boerderijbezit, meerderjarigheid en vooral de beschikking over dat geërfde gebruiksrecht. Alleen die erfgooiers mochten hun rundvee en paarden laten grazen of ‘scharen’ op de meenten.

De erfgooiers raakten voortdurend in conflict met de overheid over de gebruiksrechten

Het waren ongeschreven gewoonterechten die door vorsten, ministers en wetgevers voortdurend betwijfeld werden en dus alsmaar opnieuw bestendigd en verdedigd moesten worden. Vaak gebeurde dat als de overheid haar gretige oog op erfgooiersgronden liet vallen. Zo kwamen de erfgooiers in verzet tegen de bezetting van ‘hun’ gebieden en veroorzaakten ze, met succes, chaos en rumoer vanwege de ontwikkeling van ’s-Graveland.

Ondanks het succes bleven de erfgooiers onder druk staan. De oude gebruiksrechten van de veel minder talrijke ‘boerenerfgooiers’ (de scharenden) verhielden zich steeds slechter tot maatschappelijke ontwikkelingen en de verlangens van een uitdijende overheid. In 1836 en 1843 wist de Hilversumse notaris Albertus Perk (1795-1888) de overheid en de erfgooiers tot grondruil te bewegen. Tegen het eind van de negentiende eeuw, ondanks ontwikkelingen als de industrialisatie en de komst van landbouwkundige vernieuwingen, bleef alles bij het oude: een kleine groep scharende erfgooiers en een grote groep niet-scharende erfgooiers beheersten grote delen Gooise grond.

In 1912 verving de Erfgooierswet alle uitgevaardigde schaar- en bosbrieven en reglementen van gebruik en genot. De erfgooiers waren vanaf die tijd leden van een vereniging.
De roep om erfgooiersgrond om te zetten in geld werd echter steeds sterker. Er kwamen voorstellen om Stad en Lande gedeeltelijk te ontbinden. Voor alle erfgooiers zou dat voordelig zijn. Scharenden en niet-scharenden kregen namelijk een deel van de opbrengst. In 1933 werd dit voorstel uitgevoerd; grote stukken heide en bos werden verkocht. Niet aan de Gooise gemeenten … maar aan het toen net opgerichte Stichting Goois Natuurreservaat (1932).