Nieuws

Oer-natuurbeheerder speelde vooral met vuur

13-04-2018

Hilversums onderzoek onthult:
Oer-natuurbeheerder speelde vooral met vuur

De Nederlandse oerbossen werden niet opengehouden door grote grazers, maar platgebrand door prehistorische jagers-verzamelaars. Dat concludeert fysisch geograaf Jan Sevink op basis van bodemonderzoek dat hij leidde in het Laarder Wasmerengebied bij Hilversum.

Houtskool als bewijs

Dit onderzoek, uitgevoerd in samenwerking met collega's van het UvA Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteemdynamica, richtte zich op de vorming van stuifzanden. Daarbij stuitten de wetenschappers veelvuldig op houtskool. Kleine, zwarte brokjes die zich bevonden in lagen op diepten die corresponderen met perioden van ver voor de introductie van de vroegste landbouw (rond 4000 voor Christus).

Hazelaars

Sevink: "Waarschijnlijk stak men de oerbossen in brand. Daar zijn allerlei motieven voor te bedenken. Waarschijnlijk om wild op te jagen, maar ook om het later naar het jonge nieuwe groen te lokken. Een hele belangrijke reden kan zijn geweest om de groei van hazelaars te bevorderen. Die herstelt namelijk beter na een brand dan de grove den. En hazelnoten waren belangrijk als (lang houdbaar) voedsel. De vondst van stuifmeel van de hazelaar wijst ook in die richting."

Oer-landbouw

Sevink ziet het als een soort oervorm van landbouw. "Het traditionele beeld is: je had jagers-verzamelaars, en daarna had je, pats-boem, landbouw. Maar in werkelijkheid was er een langdurige overgangsperiode, waarin men de omgeving steeds meer naar zijn hand zette. Platbranden speelde daarbij waarschijnlijk een grote rol."

Stuifzanden veel ouder dan gedacht

De gangbare theorie luidt dat deze stuifzanden vanaf de late Middeleeuwen ontstonden door overbegrazing, afbranden en het steken van plaggen. Sevink: "Die verklaring wrong al een hele tijd, omdat er in het Gooi al veel vroeger zandverstuivingen waren. Dat is heel fraai terug te lezen aan de verschillende kleuren lagen in de bodem. We hebben hier viermaal een cyclus aangetroffen van bos naar heide en zandverstuiving, en dan weer bos. En nu dus blijken de oudste zandverstuivingen al te dateren van ca 10.000 jaar geleden (Vroeg-Holoceen)."

Grote grazers

De laatste decennia wordt algemeen aangenomen dat Nederland vroeger open parkachtige bossen had, als gevolg van begrazing door wilde grote grazers. Dat is één van de redenen waarom terreinbeheerders vaak grote grazers inzetten om zo’n parkachtig open boslandschap te krijgen.

Oostvaardersplassen

Deze theorie van Frans Vera, genoemd als de meest invloedrijke natuurbeschermer in Nederland van na de Tweede Wereldoorlog, vormt de basis voor met name het experiment met grote grazers in de Oostvaardersplassen en het inzetten van Schotse Hooglanders in vele andere natuurgebieden.

Internationaal onderzoek

Maar dit onderzoek, gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Catena, plaatst kanttekeningen bij deze theorie. Het Laarder Wasmerengebied is het eerste gebied in Nederland waar aanwijzingen zijn voor zulke vroege verstuivingen en bosbranden. In andere Europese landen is al eerder aangetoond dat bosbranden doelbewust werden aangestoken door Mesolithische jagers en verzamelaars, om zo een open vegetatie en toename van de hazelaar te realiseren.

Breder kader

Het denkbeeld dat hoogstwaarschijnlijk niet grote grazers maar bosbranden ten grondslag lagen aan het ontstaan van open bossen en zandverstuivingen, wordt versterkt doordat archeologen eerder al aantoonden dat een bewoning van Mesolithische jagers en verzamelaars niet goed samen gaat met intensieve begrazing door wilde grote herbivoren. Daarvoor zullen de aantallen herbivoren veel te laag zijn geweest.

Nieuwe blik

Jan Sevink: "Onze hypothese, waarin door de mens aangestoken bosbranden de oorzaak vormen van prehistorische stuifzanden, vormt daarmee een interessant alternatief en dwingt met nieuwe blik naar de huidige praktijk van natuurbeheer te kijken."

Publicatiegegevens
Jan Sevink, Bas van Geel, Boris Jansen, Jakob Wallinga (2018). ‘Early Holocene forest fires, drift sands, and Usselo-type paleosols in the Laarder Wasmeren area near Hilversum, the Netherlands: Implications for the history of sand landscapes and the potential role of Mesolithic land use’ in: Catena.

Tekst: Jan Sevink / Bart Siebelink

Foto's: Jan Sevink

Jan Sevink in het veld bij een bodembeemonsteringsplek in het Laarder Wasmeer

 Jan Sevink in het veld bij een bodembemonsteringsplek in het Laarder Wasmeer.

Een detail van het onderzoek

Een detail van het onderzoek, waarbij met behulp van een mes de verschillende lagen in de bodem zichtbaar worden gemaakt. De zwarte korreltjes zijn houtskool.