Nieuws

Gooise dassen nog steeds in opmars, maar wel mondjesmaat

16-03-2017

Door: Bart Siebelink
Foto's: Ben Walet, Bart Siebelink, Jaap Mulder

Het gaat goed met de Gooise dassen. Mede door de vele veilige verkeerspassages, rukken ze nog altijd verder op naar het noorden, zij het gestaag. Dat zegt dassenonderzoeker Jaap Mulder in het recentelijk opgeleverde rapport ‘De Dassen langs de A27 tussen Utrecht en Hilversum’.

Drie jaar lang deed Jaap onderzoek in opdracht van de provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat en ProRail, veelal in terreinen van het Goois Natuurreservaat. Dit naar aanleiding van de op handen zijnde verbreding van de rijksweg A27 ter hoogte van Hilversum.

Verkeerssterfte
Dat dassen vaak in één adem worden genoemd met autoverkeer, valt te verklaren. Mulder: "Het feit dat er zoveel dassen tijdens het oversteken van de weg worden doodgereden is de grootste rem op de groei van de dassenpopulatie. Dus als je dat probleem oplost met behulp van veilige oversteekpassages zoals dassentunnels of andere voorzieningen, valt daar de grootste winst mee te behalen", zegt Mulder. "Het duurt een tijdje voordat dit effect heeft, want een dassenwijfje brengt slechts één tot drie jongen per jaar groot. Trek daar elke doodgereden das weer vanaf en het zal duidelijk zijn dat de populatie maar mondjesmaat kan groeien."

Ecoducten
Binnen de cirkel rond de ecoducten, met een oppervlakte van ruim 28 km2 , leefden in 2014 in totaal 45 volwassen dassen en 23 jongen. Dat levert een populatiedichtheid op van 1.6 volwassen dassen per vierkante kilometer voor dat jaar. De grootste dassenfamilies wonen op de overgangen van bos naar agrarisch landschap; zoals bij het landgoed Einde Gooi. Het bos dient als woonplaats en het foerageren* gebeurt op weilanden die rijk zijn aan regenwormen. Deze vormen in het Gooi het belangrijkste voedsel voor de dassen.

* de biologische term voor het regelmatig terugkerend zoeken en vinden van voedsel door dieren.

Verbeelding
Het spreekt zeer tot de verbeelding dat een groot roofdier zoals de 7 tot 12 kilo zware das in het dichtbevolkte Gooi toch nog zo’n opmars kan beleven. De Gooise dassenpopulatie staat in verbinding met die van de Utrechtse Heuvelrug, Soest en Loosdrecht die in totaal wordt geschat op 200 dieren. Dat aantal berust op meerjarige reeksen tellingen bij burchten door een groep van goed getrainde vrijwilligers.

Het onderzoek
Elk voorjaar wordt geprobeerd de zich langzaam maar gestaag uitbreidende dassenpopulatie van het Gooi en Utrecht integraal te tellen. Dat gebeurt onder leiding van Hans Vink, die deze populatie al meer dan dertig jaar volgt. Vele vrijwilligers gaan dan ‘s avonds de burchten observeren, de laatste jaren geholpen door automatische camera’s. Meestal wordt een dassenterritorium bewoond door 2 tot 6 volwassen dassen, soms meer, al of niet met jongen. Soms is het er slechts 1, maar dat is meestal tijdelijk, bijvoorbeeld als een of meer dassen zijn doodgereden.

Halsband
Voor het onderzoek zijn een twintigtal dassen uitgerust met een halsband. Deze band heeft reflecterend patroon, zodat elke das dat een dassentunnel passeert en daar automatisch wordt gefotografeerd, op een cameraval te herkennen is. Een GPS-module bovenop slaat elke tien minuten zijn positie op, zodat achteraf precies bekend is waar de das heeft rondgelopen.

Faunapassages helpen
Uit het dassenonderzoek is onder meer naar voren gekomen dat elke dassentunnel in het Gooi door dassen wordt gebruikt. Bij de drukst belopen dassentunnels fotograferen de infraroodcamera’s tien tot vijftien verschillende dassen per nacht. Hoe weet je dat het verschillende individuen zijn? Mulder: “Dat zie je onder meer aan de zwarte kopstrepen. Die zijn niet bij elke das hetzelfde. Bij sommige dieren zijn ze erg strak en recht, terwijl deze bij andere soms uitstulpinkjes vertonen. Ook littekens vormen een goed kenmerk, want dassen kunnen elkaar bij onderlinge gevechten lelijk verwonden. Tot ingescheurde oren aan toe. Daarnaast is het natuurlijk ook een kwestie van domweg tellen.”

Omzwervingen
Bij hun omzwervingen zijn veilige tunneltjes onder de wegen door voor dassen dus onmisbaar. Maar ook in de dagelijkse route van en naar bepaalde voedselgebieden zijn de tunnels van levensbelang. Zo zijn er exemplaren die elke nacht vanuit het bos de weg oversteken om maïs te eten dat het Goois Natuurreservaat op speciale voederakkers heeft laten staan in plaats van geoogst. Ook is er een das bij die soms de hele nacht op één weiland rondscharrelt op zoek naar regenwormen. Daarnaast staan ook, in kleinere hoeveelheden, insecten, muizen en af en toe een kikker of pad op het menu.

Uitstapje Westbroek
De GPS-methode laat tot in detail zien wanneer en hoe dassen zich door hun leefgebied verplaatsen. Soms verrassen de uitkomsten, zoals de das die op één nacht vanaf Einde Gooi zeven kilometer door de weilanden naar Westbroek liep en weer terug. “Dit is toch wel spectaculair”, vindt Mulder. “Vroeger met de oude methode moest je de hele nacht met een antenne in de buurt van een gezenderde das zien te blijven. Dan had je zo’n uitstapje naar Westbroek niet opgemerkt. Het enige wat je dan ziet is dat je een tijdlang geen signaal ontvangt van de desbetreffende das. Maar nu kunnen we precies volgen waar hij heeft uitgehangen.”

Familieleven
Overdag leven dassen teruggetrokken in zelf gegraven burchten waarin maar enkele exemplaren wonen, maar soms ook hele families. Toch plant zich van zo’n hele familie maar één vrouwtje voort. De anderen moeten soms jaren wachten op hun beurt. Dan kan het gebeuren dat deze dassen gaan rondzwerven op zoek naar een andere burcht waar ze betere kansen maken. Maar dan moeten deze dieren zich wel letterlijk inlikken bij hun nieuwe burchtgenoten. Ook mannetjes maken omzwervingen om voortplantingspartners te vinden of om nieuwe leefgebieden te koloniseren.

Zelf zien
Toch krijg je niet gemakkelijk een das te zien, ze komen immers pas tevoorschijn wanneer het donker wordt en schuwen de geur van mensen. Mulder: "Je hebt de meeste kans in juni, wanneer de nachten zo kort zijn dat ze al vóór zonsondergang op pad moeten om hun kostje bij elkaar te scharrelen. Dan nog valt het niet mee, want je moet geduld hebben en stil blijven staan zodra je er een ziet. Beweeg je, dan zal de das zich snel uit de voeten maken."

Bijna uitgestorven
De das was in het Gooi uitgestorven gewaand. Totdat dassenkenner Hans Vink in 1983 een bewoonde burcht vond bij Hollandse Rading. Sindsdien zijn er allerlei beschermende maatregelen genomen, waaronder het aanbrengen van veilige passages en tunnels. De das heeft zich hierdoor in het Gooi kunnen uitbreiden. Inmiddels zijn er ook burchten in het Spanderswoud en rukt de soort verder noordwaarts op. Zelfs in Valkeveen zijn ze al gesignaleerd. “Uiteindelijk zullen alle hoger gelegen zandgronden bewoond raken door dassen”, voorspelt Mulder.

Honden
Toch hebben de dassen van meer te vrezen dan alleen van het verkeer. Het gebeurt geregeld dat honden jonge dassen doodbijten. In één geval lieten camerabeelden zien dat in een week tientallen verschillende honden een burcht bezochten en de ingangen afliepen. Mulder: "De meeste honden snuffelen wat en lopen verder, hun verstoring blijft beperkt tot het geurspoor dat ze nalaten. Maar het gaat natuurlijk om die paar vasthoudende honden die een das fataal worden. En de baasjes van die honden geven natuurlijk nooit thuis."